WHAT’S NEW?
Keep up with the most interesting developments in our field.
Voorstel wijziging btw-regelgeving 2024 – 2028
Eind vorig jaar heeft de Europese Unie voorstellen (‘VAT in the digital age’) gelanceerd om de btw-regelgeving op belangrijke punten aan te passen. De invoering zal gefaseerd plaatsvinden, waarbij volgens planning de eerste wijziging al in 2024 ingaat. Inmiddels wordt duidelijk dat verschillende EU-lidstaten moeite hebben met de ingangsdatum; het Europese Parlement heeft onlangs voorgesteld de invoering met twee jaar uit te stellen. De belangrijkste wijziging betreft de invoering van een verplichte wijze van factureren op basis van een standaard ‘e-invoice’. Dit gaat in eerste instantie gelden voor intracommunautaire goederentransacties en intracommunautaire diensten. Alle bedrijven in de EU moeten gaan werken met deze digitale factuur: waar een factuur nu nog uiterlijk de 15e dag volgend op de maand van de transactie moet worden uitgereikt, zal in het nieuwe regime de factuur al binnen twee dagen na afloop van de levering of dienst moeten worden uitgereikt. Deze digitale factuur moet ook digitaal bij de Belastingdienst worden ingediend. De huidige Opgaaf ICP vervalt en wordt vervangen door een andere vorm van digitale rapportage. Een uitdagende factor is dat EU-lidstaten zelf mogen bepalen of zij deze nieuwe wijze van factureren ook gaan eisen bij andere transacties. Ook wordt verplicht om het bankrekeningnummer (waarmee de transactie wordt betaald) van de afnemer / opdrachtgever op de e-invoice te vermelden. Al met al heeft dit grote impact op het bedrijfsleven: administratieve systemen moeten in staat zijn om met de nieuwe e-invoice te gaan werken en er moet veel eerder een factuur worden uitgereikt dan nu het geval is. Wij houden u van de ontwikkelingen op de hoogte.
Box 2 belastingheffing aangepast vanaf 2024
Als het aan het huidige kabinet ligt zal de belastingheffing in box 2 (inkomsten uit aanmerkelijk belang – dividend en/of vervreemdingswinsten) per 2024 worden aangepast. Op dit moment geldt een tarief van 26,90% in box 2. Vanaf 2024 komen in box 2 twee belastingschijven. Het inkomen tot € 67.000 wordt belast tegen een tarief van 24,5%. Op het bedrag boven € 67.000 zal een tarief van 31% gaan gelden. Fiscaal geregistreerde partners kunnen beiden gebruik maken van de eerste schijf, waardoor een totaal inkomen in box 2 tot € 134.000 wordt belast tegen het tarief van 24,5%. Deze wijziging kan invloed hebben op de planning van uw dividenduitkeringen. Het is belangrijk hier ruim van tevoren op te kunnen anticiperen.
Verlenging ‘no-impact policy’ internationaal telewerken
De Administratieve Commissie voor de coördinatie van sociale zekerheid binnen de EU heeft de transitieperiode (‘no-impact policy’) voor telewerkers verlengd tot 30 juni 2023. Gedurende deze overgangsperiode zal er geen verandering van toepasselijk sociaal verzekeringsstelsel plaatsvinden, ook niet wanneer meer dan 25% vanuit huis wordt gewerkt. Wij verwijzen ook naar onze newsflash van 6 juli 2022.
Update Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïners
De Europese Commissie heeft recent bekend gemaakt de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) met 1 jaar te verlengen tot 4 maart 2024. Sticker of O-document verplicht voor Oekraïners in loondienst Vanaf 1 november 2022 geldt dat Oekraïense vluchtelingen zonder tewerkstellingsvergunning in loondienst mogen werken als zij een sticker of O-document bezitten, afgegeven door de IND. Hiermee kan worden aangetoond dat zij onder Richtlijn Tijdelijke Bescherming vallen. Voor deze datum was het tonen van een geldig paspoort voldoende. Oekraïense vluchtelingen mogen geen werkzaamheden als zelfstandige verrichten op basis van de sticker of het O-document. Tijdelijke bescherming derdelanders Per 4 maart 2023 vervalt echter het recht op tijdelijke bescherming voor mensen die een tijdelijke verblijfsvergunning hadden in Oekraïne (derdelanders die bijvoorbeeld studeerden of werkten in de Oekraïne) en die zich voor 19 juli 2022 ingeschreven hebben in de BRP. Deze groep zal worden geïnformeerd over de afloop van de tijdelijke bescherming en de mogelijkheden: terugkeren naar land van herkomst, indienen aanvraag reguliere verblijfs- of asielaanvraag.
Kabinet wil salarislimiet voor 30%-regeling invoeren
Salarislimiet aan 30%-regeling Als onderdeel van het Belastingplan 2023 heeft het kabinet een voorstel ingediend om de reikwijdte van de 30%-regeling in te perken. In dit voorstel wordt het salaris waarover de vergoeding van 30% wordt berekend slechts in aanmerking genomen voor zover dit niet hoger is dan de ‘Balkenendenorm’, zoals vastgelegd in de Wet normering topinkomens (WNT). In 2023 bedraagt deze norm € 223.000. Dit bedrag wordt doorgaans jaarlijks geïndexeerd. Indien een werknemer slechts een deel van het jaar gebruik maakt van de 30%-regeling wordt de norm naar tijdsgelang herrekend. Er is voorzien in overgangsrecht voor werknemers die in het laatste tijdvak van 2022 reeds gebruik maken van de 30%-regeling. Zij mogen tot 1 januari 2026 gebruik maken van de huidige ongelimiteerde regeling. Voor werknemers die op 1 januari 2023 of later voor het eerst gebruik maken van de 30%-regeling geldt de nieuwe regeling vanaf 1 januari 2024. Keuze tussen vergoeden werkelijke kosten en 30%-regeling Een werkgever is niet verplicht de 30%-regeling toe te passen voor extraterritoriale kosten, ook wanneer wel een 30%-beschikking is afgegeven. In dat geval kan een belastingvrije vergoeding worden gegeven voor de werkelijk gemaakte extraterritoriale kosten. Voor deze vergoeding geldt geen limiet, maar deze kosten moeten wel kunnen worden onderbouwd. Het is niet mogelijk om naast het gebruik van de 30%-regeling de werkelijk gemaakte kosten belastingvrij te vergoeden, er moet dus een keuze worden gemaakt. Nieuw in dit wetsvoorstel is een formalisatie van de wijze waarop deze keuze tussen het gebruik van de 30%-regeling en het vergoeden van werkelijk gemaakte extraterritoriale kosten kenbaar gemaakt moet worden. De keuze wordt jaarlijks gemaakt door in de aangifte loonheffingen over het eerste tijdvak van het kalenderjaar de 30%-regeling al dan niet toe te passen. Een gemaakte keuze kan gedurende de rest van het kalenderjaar niet gewijzigd worden, tenzij [...]
Ontheffing toepassing anoniementarief loonheffing bij vertraging afgifte burgerservicenummers
Wanneer een werkgever niet over het burgerservicenummer (BSN) van een werknemer beschikt, moet hij voor de inhouding van loonbelasting gebruik maken van het anoniementarief van 52%. Dit is aanzienlijk hoger dan het reguliere tarief. Uit het buitenland afkomstige werknemers dienen dit BSN bij hun gemeente aan te vragen. De wachttijden voor het maken van een afspraak zijn in bepaalde gemeenten opgelopen tot enkele maanden. Gedurende deze tijd is de werkgever formeel gehouden het hoge anoniementarief toe te passen. Onlangs heeft de Belastingdienst echter toegezegd om in dergelijke gevallen een soepel standpunt in te kunnen nemen. Indien werkgever en werknemer kunnen aantonen dat zij geen invloed hebben op het ontbreken van een BSN, kan de Belastingdienst worden verzocht om instemming dat het anoniementarief niet wordt toegepast.
Intrekking vrijstellingsmethode voor bestuurders- en commissarisbeloningen kan financieel nadeel opleveren
Op 8 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Financiën de goedkeuring voor de toepassing van de vrijstellingsmethode voor bestuurders- en commissarisbeloningen ingetrokken. Voor ingezetenen van Nederland die een dergelijke beloning ontvangen van een buiten Nederland gevestigde entiteit kan dit een financieel nadeel opleveren. Wat is hier aan de hand? Ingezetenen van Nederland vermelden hun wereldinkomen in hun Nederlandse aangifte inkomstenbelasting, waaronder hun eventuele beloningen als bestuurder of commissaris bij buitenlandse entiteiten. Deze beloningen zullen doorgaans ook belast worden in het land van vestiging van de buitenlandse entiteit. Ter voorkoming van dubbele heffing (dezelfde beloning in zowel Nederland als in het buitenland belast) heeft Nederland met veel landen belastingverdragen gesloten. In de meeste verdragen past Nederland deze voorkoming toe door toe te staan dat de buitenlandse belasting verrekend mag worden met de over het wereldinkomen verschuldigde Nederlandse belasting (credit- of verrekenmethode). Aldus betaalt de bestuurder of commissaris effectief (in de meeste situaties) het Nederlandse tarief over de betreffende beloning. In een besluit van 18 juli 2008 heeft de staatssecretaris echter goedgekeurd dat bestuurders en commissarissen -onder voorwaarden- met betrekking tot hun in het buitenland verkregen beloningen de zogenaamde vrijstellingsmethode mogen toepassen. Voor veel bestuurders en commissarissen heeft deze goedkeuring een gunstig effect op de totale belastingdruk, namelijk wanneer de gemiddelde belastingdruk in het buitenland lager is dan de gemiddelde Nederlandse belastingdruk op het wereldinkomen. Bij ministerieel besluit van 8 juli jl. heeft de staatssecretaris laten weten dat hij zijn goedkeuring per 1 januari 2023 intrekt. Dat betekent dat vanaf die datum de vrijstellingsmethode niet meer kan worden toegepast in situaties waarvoor volgens het betreffende belastingverdrag de verrekenmethode geldt. Voor beloningen van bestuurders en commissarissen die tot en met 2022 fiscaal zijn genoten, kan de vrijstelling dus nog wel worden toegepast. In bepaalde situaties blijft de vrijstellingsmethode overigens van toepassing, namelijk voor die [...]
Beleid vaste inrichting BTW aangepast
Als gevolg van een arrest van het Europese Hof van Justitie (case Danske Bank) heeft Nederland het beleid inzake een vaste inrichting aangepast. Een vaste inrichting vormt samen met het hoofdhuis één belastingplichtige, waardoor er geen BTW-heffing optreedt bij onderlinge (‘interne’) prestaties. De beleidswijziging gaat over de situatie dat een vaste inrichting óf het hoofdhuis deel uitmaakt van een fiscale eenheid (BTW). Op dat moment wordt de band tussen de vaste inrichting en het hoofdhuis als het ware verbroken en vallen onderlinge prestaties wél onder BTW-heffing. Dan gelden de normale BTW-regels en er is een verplichting tot het uitreiken van een factuur. Als de vaste inrichting te maken heeft met van BTW vrijgestelde prestaties, dan leidt deze beleidsaanpassing tot kostenverhogende niet-aftrekbare BTW.
Toepassing werkkostenregeling zonder aanwijzing in de payroll
Om een werknemer onbelaste vergoedingen en verstrekkingen te verlenen in de “vrije ruimte” van de werkkostenregeling, moeten deze aangewezen worden in de Nederlandse salarisadministratie. Werknemers van niet-inhoudingsplichtige werkgevers hebben daardoor vaak niet de mogelijkheid om hiervan te profiteren. De Hoge Raad bevestigde echter recent dat de werknemer van een niet-inhoudingsplichtige werkgever voor de aan hem verleende vergoedingen of verstrekkingen ook zonder aanwijzing een vrijstelling tot maximaal 1,7%* van het van de werkgever genoten loon in aanmerking mag nemen. Dit geschiedt via een herberekening van het belastbaar loon in de aangifte inkomstenbelasting. Benieuwd of u hier gebruik van kunt maken? Neem contact met ons op. *Percentage voor 2022: 1,7% tot een loon van € 400.000, 1,18% over het meerdere.
Overgangsperiode voor internationaal telewerken na Covid-19
De Administratieve Commissie voor de coördinatie van sociale zekerheid binnen de EU heeft overeenstemming bereikt om een overgangsperiode tot 31 december 2022 toe te staan voor thuiswerkende grenswerkers. Gedurende deze overgangsperiode zal er geen verandering van toepasselijk sociaal verzekeringsstelsel plaatsvinden, ook niet wanneer meer dan 25% vanuit huis wordt gewerkt. Deze overgangsperiode geeft de Administratieve Commissie de tijd om te beoordelen of structurele wijziging van de aanwijsregels voor sociale zekerheid nodig is voor thuiswerkende grenswerkers.









